Doe dit: bemoedig nooit in de overtreffende trap, maar in de stellende trap

Zeg of projecteer bijvoorbeeld tegen je kinderen…
Dat ze knap zijn
Dat ze slim zijn
Dat ze goed kunnen verkopen
Dat ze een goede broer zijn
Dat ze goede kinderen zijn
“Je maakt me vrolijk.”
“Je bent heel vriendelijk naar iedereen toe.”
“Ik ben dankbaar dat je er bent.”
“Je bent mooi van binnen en buiten.”
“Je bent dapper.”

 

Ook affirmaties dragen hieraan bij. Het is hierbij belangrijk dat je het kind niet met anderen vergelijkt. Gebruik nooit superlatieven (de overtreffende trap) in je taal als je bemoedigingen maakt.
Zeg dus niet: je bent de knapste
Maar zeg: je bent knap

Waarom? Vergelijken met anderen voedt het ego
Het ego ziet verschillen tussen mensen: beter of slechter. Doordat je niet in superlatieven bemoedigt, ben je niet op ego-niveau, maar op liefde-niveau aan het bemoedigen. Het kind zal dit gevoel overnemen en nog meer liefde in zichzelf ontwikkelen.

 

 

 

Vergelijk jouw kind nooit met anderen als je hem/haar bemoedigt