Het Rosenthal-effect

Maak gebruik van het Rosenthal-effect voor krachtige opvoeding

Doe dit: als je kind iets doet wat niet mag of niet prettig is, bemoedig het kind dan in de goede richting.


Laten we meteen naar wat voorbeelden gaan:
Zit je kind vies te snotteren in plaats van een zakdoek te pakken, zeg dan niet: “Je zit altijd zo vies te snotteren,” maar zeg: “Je bent een schoon en aangenaam persoon,” terwijl je het kind helpt door een zakdoek aan te reiken.
In plaats van te zeggen: “Je bent ongehoorzaam,” zeg je: “Je luistert altijd zo goed.” En ondertussen leid je met je lichaam het kind in het juiste gedrag.
Wat merk je uit bovenstaande voorbeelden? Benoem niet wat je ziet, maar benoem wat je wilt zien. Zo conditioneer je het kind op een positieve manier

 

Doe dit: overdrijf met je bemoedigingen
Overdrijf liever de vaardigheden van het kind dan dat je ze te weinig erkent. Spreek ook acceptatie uit als dat het kind in realiteit juist negatieve eigenschappen toont, zoals roddelen of niet voor zichzelf opkomen: dan kun je liefdevol zeggen dat je het liever anders ziet, maar je hoeft er niet als maar over door te gaan.

Waarom? Verwachtingen, gedachten en projecties worden werkelijkheid
Je hebt vast ooit wel eens van het Het Pygmalion-effect gehoord (ook wel het Rosenthal-effect genoemd). Deze experimenten leerden ons dat wanneer je in een basisschool aan een klas en aan de ouders vertelt dat het allemaal VWO-leerlingen zijn, er veel meer leerlingen het VWO gaan halen, en als je juist zegt dat het VMBO-leerlingen zijn, er veel meer het VMBO halen